MECHELSESTEENWEG 8

Mechelsesteenweg 8, 1e verdieping

In verschillende landen en segmenten van de samenleving bestaan doorheen de laatste decennia positieve ontwikkelingen op vlak van gelijkheid. Toch tonen recente activiteiten ook hoe kwetsbaar deze verworven rechten zijn: het terugschroeven van de abortuswet in delen van Amerika, het populistische discours dat seksisme, racisme, islamofobie en heteronormativiteit als louter ‘gezond verstand’ bestempelt, of dichter bij huis, de crisis in de kinderopvang die vooral vrouwen en moeders treft. Het toont dat rechten die verworven lijken, ook snel weer verloren kunnen gaan. Daarnaast sluiten deze positieve ontwikkelingen bepaalde structurele ongelijkheden niet uit. Het zijn vaak vastgeroeste structuren die zich, in verschillende vormen, en op verschillende vlakken, vaak net onder de radar bevinden. Een continue waakzaamheid voor gelijkheid blijkt nodig. Met werk van acht vrouwelijke kunstenaars wil FINIS TERRAE een blik werpen op de begrenzingen in onze maatschappij. Welke grenzen overschrijden we, of welke willen we doorbreken? Deze dialoog vindt plaats in een leeg appartement, gestript van zijn geschiedenis en functie, als decor voor een nieuwe start. 

Ruimte 1

Bij het binnenkomen stoot men op All languages speak (2019-2022) van Pélagie Gbaguidi (°1965, Dakar), een borduurwerk dat ze startte in 2019 tijdens haar residentie in Marokko en verblijf in Lubumbashi, en recent afwerkte in haar atelier. De centrale figuur, een vrouw die lijkt vastgehouden te worden, zit gedrongen tussen de muur. Toch toont dit personage veerkracht en moed. De gebruikte materialen, zoals de meelzak, verwijzen naar de kunstenaars’ bezorgdheid over de humanitaire gevolgen van globale crisissen zoals de klimaatopwarming of voedselschaarste.  

Persoonlijke ervaringen en/of trauma spelen eveneens een rol in de werken van Sam Druant, Lisa Ijeoma en Nina Van Denbempt.  I bike home / It’s late, it’s dark / There is no one else here / Or? / No that was nothing / … Deze woorden vormen de start van een gedicht geschreven door Sam Druant (°1997, Antwerpen) ter begeleiding van het monumentale werk I will hunt you (2022). Een vrouw, snel fietsend naar huis, waarbij ogen verborgen in de duisternis nauwgezet haar bewegingen volgen, staat in contrast met een fictieve droomfiguur die de dreiging verjaagt. Het tafereel staat (helaas) symbool voor een problematiek – het onveiligheidsgevoel in de publieke ruimte – die voor vrouwen en andere kwetsbare groepen zeer herkenbaar aanvoelt. Op een ironische manier verweeft Druant textiel, tekst, beeld en iconografie om nieuwe narratieven te bieden als alternatief voor de nog steeds dominante hiërarchische binaire tegenstellingen.  

Via een langzaam proces van patchwork verbindt Lisa Ijeoma (°1997, Brugge) persoonlijke ervaringen met het intergenerationele trauma van historische stereotypering, objectivering en uitbuiting van het gekleurde lichaam. In Please talk softly (2022) lijkt het nachttafereel met een slapende vrouw op het eerste gezicht vredig - maar tegenover de intimiteit van de slaapkamer voelt men eveneens “de dreiging en de gulzige nacht”. Het is een terugkerend element in het oeuvre van de jonge kunstenaar om te kiezen voor een stille, nachtelijke setting of een gedecontextualiseerd moment voor/na een traumatische gebeurtenis. Het werk kadert in een onderzoek van Ijeoma naar slaap, realiteitsbeleving en de benadering hiervan door kunst. Slaap is cruciaal voor de recuperatie van lichaam en geest. Onderzoek toont nl. aan dat seksisme, racisme, economische moeilijkheden, etc. oorzaken zijn van een verstoorde slaapcyclus bij mensen van kleur, of personen die zich ontworteld voelen door o.a. migratie.

Het werk vormt een mooie dialoog met de slapende vrouw in Beside Ourselves (2022) van Stevie Dix (°1990, Genk). Dix reflecteert over de dualiteit binnen – buiten. Thuis zijn kan veilig voelen, maar evenzeer bedrukkend. Buitenshuis zijn kan vrij voelen, maar evenzeer onbeschermd. Het is een dagelijkse worsteling van gevoelens die banaal aanvoelen maar toch universeel herkenbaar zijn. Via de bleke huidskleur en donkere kleding is er een connotatie naar de dood, of het eventuele verlangen hiernaar. Het geeft het werk een dubbele betekenis, maar evenzeer stof voor dialoog over een onderwerp dat maatschappelijk nog steeds zeer taboe is.   

Matrescence Diptych (2022) van Nina Van Denbempt (°1989, Halle) toont ten slotte een sterke dialoog tussen twee prachtige, maar uitgebrande moeders. Het personage in Empty Vessel Portrait, een zelfportret van de kunstenaar na haar recente bevalling, kijkt naar moeder aarde in WE R (SO) SORRY MADRE TIERRA. Aan de achterzijde van het schilderij bevestigde de kunstenaar fysieke en zeer persoonlijke voorwerpen waaronder een stukje van de navelstreng, bebloed ondergoed, of nagels bijgehouden tijdens de zwangerschap. Via haar werk toont Van Denbempt hoe vanzelfsprekend we zowel moeders in het algemeen, als de aarde, onze oermoeder, beschouwen. Zo wordt het ‘proces van moeder worden’ (matrescence) nog steeds zwaar onderschat of onderbelicht in de wetenschap. Daarnaast beantwoorden we de goede zorgen en potentie van moeder aarde met gewelddadige acties als vervuiling of ontbossing. De aarde geeft, en wij nemen, aan een steeds hoger tempo. De kunstenaar reflecteert over een matriarchaal systeem als ultiem antwoord, Boeddha als vrouw, met Eva als begin van de mensheid, en een maatschappij die focust op het collectieve, eerder dan het individuele.

Ruimte 2

In de aanpalende bakstenen ruimte wordt een dialoog gecreëerd tussen drie werken die elk op hun manier doen nadenken over de notie van identiteit. In Wild at heart (2022) reflecteert Joëlle Dubois (°1990, Gent) over een genderconcept dat verder rijkt dan het binaire (man/vrouw) denken. Kijkend voorbij de cisnormatieve visie, toont het werk hoe ‘gender’ een sociale constructie is, en niet hetzelfde betekent als ‘geslacht/sekse’ en ‘seksualiteit’. Het is een sociaal en cultureel concept dat kan variëren naargelang context, taal, … Maar net dat maakt het ook kwetsbaar voor vormen van discriminatie. Het werk doorbreekt achterhaalde stereotiepe verwachtingspatronen over hoe iemand er uit moét zien, moet klinken, zich moet gedragen, … en fungeert als een ode aan genderdiversiteit en inclusiviteit. 

Marilou van Lierop (°1957, Hulst) speelt met voorstellingen van een parallelle, artificiële wereld, waarin objecten die door mensenhanden gemaakt zijn, de illusie van realiteit dragen, maar daar nooit helemaal in slagen. De sekspoppen symboliseren anonimiteit, leegte en oppervlakkigheid in een maatschappij die steeds meer vlucht naar het artificiële en waar menselijke relaties onder druk komen te staan. Troop of princesses beneath our feet (2016) toont daarbij een geseksualiseerde vorm van de vrouw, zonder gezicht of identiteit. De poppen liggen letterlijk en figuurlijk met elkaar en zichzelf in knoop, als een chaos waar geen greep op gekregen kan worden.

 

Het midden van de ruimte wordt ten slotte gedomineerd door de sculptuur Rosewater Sun-King’s Delight van Nadia Naveau (°1975, Brugge), waarin klassieke vormen zoals een zuilenschacht verenigd worden met elementen uit de moderne beeldtaal. Naveau’s sculpturen zijn altijd ‘veelvormig’ en hebben een eigenzinnige iconografie: “alles kan en alles mag”. In de context van deze ruimte zetten de afwezigheid van een gelaat, de referentie naar Louis XIV, de roze kleur en de wisselende vormentaal, de toeschouwer steeds op het verkeerde been, waarbij deze het gissen heeft naar de identiteit van het beeld.  

Ruimte 3

De derde ruimte toont de serie Elegy (2019-2021) van Jan Vanriet (°1948). De werken verbeelden het Beleg van Leningrad (1941-44) en de terreur van ideologiën tegenover het individu. Met uitroeiing als doel legde het Duitse leger een blokkade rondom de stad waardoor de inwoners in de val zaten. Er was extreme hongersnood en tot 800.000 burgers lieten het leven.

Vanriet verbeeldt thema’s als ontbering, vluchten, lijden en een samenleving die gedomineerd en geteisterd wordt door een ideologie. Waar sommige werken een eenduidige boodschap bevatten (een brandende stad of verdrinkende paarden) zijn anderen enigmatischer. Zo toont de kunstenaar een sinaasappel (dit was zeldzaam en dus een gegeerd cadeau voor oudjaar), een knoop (symbool voor armoede), een rood kleedje (doodskleedje van een kind omgekomen door de koude) of een muzieknoot (een symbool voor hoop. Muziek betekent soms een ‘vlucht’ naar een andere, betere wereld; Sjostakovitsj schreef toen zijn beroemde Leningrad Symphonie).

Hoewel de reeks zich baseert op gebeurtenissen uit de jaren veertig, zijn de beelden pijnlijk actueel. Vanriet startte bovendien al in 2019 met deze serie, wat in het licht van de oorlog in Oekraïne haast profetisch aanvoelt. Op een bepaald moment daagde het bij de kunstenaar dat hij onbewust veel vrouwen had geschilderd. Het illustreert hoe de vrouw de kern vormt van de maatschappij. Raak aan haar, dan raak je aan de kinderen en bijgevolg aan de toekomst. Op deze manier vormt de kamer een mooie dialoog met de werken van de acht vrouwelijke kunstenaars in de aanpalende ruimtes.