MUSEUM PLANTIN-MORETUS

Vrijdagmarkt 22
museum-plantin-moretus.jpeg

“Door arbeid en standvastigheid”, zo zorgde de Fransman Christoffel Plantijn (1520-1589) dat zijn Officina Plantiniana in de 16e eeuw uitgroeide tot de grootste uitgeverij-drukkerij ter wereld. Hij publiceerde tal van werken van vooraanstaande wetenschappers en humanisten waaronder Justus Lipsius (1547-1606). In 1576 bracht Plantijn zijn drukkerij over naar de Vrijdagmarkt, waarna zijn familie er nog 300 jaar zou wonen en werken. Deze woon- en werkplek werd het latere Museum Plantin-Moretus, sinds 2005 UNESCO-werelderfgoed.

Zaal 1: Klein Salon

Binnenwandelend in het 'Klein salon' (Zaal 1) zien we Sofie Mullers (°1974, St. Niklaas) reeks Fungus Anatomicus (2022) in oude vitrinekasten. Het zijn olieverfschilderijen op oude topografische kaarten van schimmels of fungi, waarbij Muller de correlatie met het menselijk lichaam onderzoekt. Sinds 2015 verzamelt de kunstenaar botanische paddenstoelmodellen, wat leidde tot de reeks Fungus Genetalia. Voor FINIS TERRAE liet ze zich inspireren door stafkaarten, waarbij het netwerk aan navigatiepunten herinnert aan het Wood Wide Web – een kilometerslang ondergronds netwerk van schimmeldraden (hyfen) dat het leven op aarde met mekaar verbindt. Dit netwerk dirigeert de aarde sinds miljoenen jaren, en zal dit blijven doen lang nadat de mens van de aardbol verdwijnt. Het is de ultieme vorm van ‘einde-begin’, een steeds terugkerende cyclus van dood-geboorte-leven. Na middeleeuwse connotaties met hekserij kwam in de renaissance een hernieuwde interesse in de studie van schimmels. Dankzij de boekdrukkunst wordt deze kennis verspreid en wordt Mycologie een belangrijke studietak. Muller gaat dan ook in dialoog met stukken uit de vaste collectie: een selectie houtblokken met verschillende types paddenstoelen.

Zaal 2: Groot Salon

In het 'Groot Salon' (Zaal 2) vormt de monumentale houten tafel de basis voor een installatie van Louis De Cordier (°1978, Oostende). Rechts plaatste hij Metatron Core (2009), een bronzen geometrische figuur – opgebouwd uit cirkels, rechte lijnen en kubussen – die constant naar zichzelf verwijst (Cf. METAtron). Dit mysterieuze object verenigt (net zoals het museum) kunst, wetenschap en religie. Het is terug te vinden in oude religieuze geschriften, onderzocht door beeldhouwers als Pisano (1220-1278), of te zien in werken van o.a. Da Vinci (1452-1919) en Dürer (1471-1528). Gezien het al eeuwenlang onderzocht wordt, kan het gezien worden als een boodschapper van menselijk intellect, een archeologisch artefact voor de toekomst.

 

In de reeks Time Tablets (2022) vertaalt de kunstenaar geometrie naar een eenvoudig lijnenspel. Elk kleitablet toont een variatie op de gulden rechthoek (een toepassing van de gulden snede). De kunstenaar inspireerde zich o.a. op kleitabletten uit Mesopotamië (de mogelijks eerste dragers van het schrift). Het reflecteert over manieren van informatieoverdracht en hoe informatie bewaard kan worden voor de toekomst. De druktechniek vormt dan weer een mooie dialoog met de geschiedenis van het museum. 

Zaal 3: Tweede Groot Salon

In het tweede 'Groot Salon' (Zaal 3) plaatst Philip Aguirre y Otegui (°1961, Schoten) een spoor afgedankte en omgedraaide slippers, verzameld in Senegal in de jaren 90. Exodus (1998-2022) raakt een gevoelige snaar. Kijkend naar de ‘flip flops’ – in onze westerse blik een goedkoop wegwerpproduct – valt op hoe vaak deze hersteld zijn, en dus gekoesterd werden. Het slingerende pad met grote en kleine voetsporen roept op tot reflectie. Zijn het restanten van een leven dat mensen achter zich hebben gelaten? Tonen ze de weg naar een beter bestaan of eerder naar een onbereikbaar Utopia? De installatie gaat in dialoog met het thema Utopia, dat verder uitgediept wordt in de vitrinekasten.

In 1516 publiceerde Thomas More (1478-1535) Utopia, een titel die tot in de 21ste eeuw een iconische status heeft behouden en waarin Antwerpen een belangrijke rol speelde. In vitrinekast 1 liggen de eerste druk (1516) en enkele Nederlandse vertalingen (1562 en 1700). De kaart van Utopia van Abraham Ortelius (1527-1598) uit 1595 volgt nauwgezet de voorstelling uit het boek, en is het enige tot nu toe nog bekende exemplaar. Vitrinekast 2 is gewijd aan reizen in de 16de eeuw. Vitrinekast 3 bevat ten slotte een monumentale ets van Aguirre y Otegui. Reflecterend over de huidige migratiepolitiek toont de tekening enerzijds een overbevolkte stad, anderzijds een kaal woestijnlandschap, en centraal het onbereikbare eiland Utopia, afgeschermd door hekken en politiebootjes.

Zaal 4: De Winkel

Aan de zoldering van 'De Winkel' (Zaal 4) hangt de sculptuur Directions (2022) van Kris Martin (°1972, Kortrijk). De koperen wegwijzer met blanco pijlen verwijst naar de enorme impact van de boekdrukkunst in de 15e eeuw. Ideeën konden zich plotsklaps verspreiden over de hele wereld, en dit net op een moment dat de moderne wereld nog volledig in ontwikkeling was. Anderzijds refereren de blanco pijlen naar het overaanbod aan informatie- en richtingsmogelijkheden, waardoor men de weg dreigt kwijt de raken en het bos door de bomen niet meer kan zien.

Zaal 6: Huis de houten passer

In 'Huis de houten passer' (Zaal 6) staat de installatie Les villes invisibles (2022) van Elise Peroi (°1990, Nantes). Geïnspireerd door het boek Vivre de paysage ou L'impensé de la Raison van François Jullien (°1951), onderzoekt Peroi – via het proces van weven – een allesomvattende visie op de wereld, waarbij alles dat ons omringt “n’est plus affaire de “vue”, mais du vivre”. Zelf schrijft ze hierover: “Mijn werk is een zoektocht naar een manier waarop ik de adem van het landschap, of het landschap als een bewoonde plek, kan vertalen in mijn kunst. (…) Net als in een bos laten de leegtes in mijn werk ruimte voor het licht, de mens en het ontstaan van nieuw leven. Als mens maken we deel uit van de planeet, die in feite als een groot landschap kan worden gezien.” De installatie correleert mooi met de pastorale wandtapijten, waarop idyllische voorstellingen van landschappen te zien zijn. 

Via de buitenruimte komt men in 'De opslagplaats' (Zaal 8) waar When you whistle, it makes Air come out (2019) van Ana Torfs (°1963, Mortsel) de kamer vult met een ritmische ademhaling. Soms luid en ruw, dan weer zacht, fluitend. Ritmisch verschijnen zinnen als “When you breathe, it comes into the mouth” en “Breathe, blow”. Het zijn passages uit het boek The Child’s Conception of Physical Causality van Zwitsers psycholoog Jean Piaget (1896-1980), waarbij kinderen antwoord gaven op vragen als “Waar komt wind vandaan? Waar komt adem vandaan?” In de context van actuele ontwikkelingen zoals de dood van George Floyd, Covid-19 of hedendaagse problemen rond (lucht)vervuiling krijgt dit werk een nieuwe betekenislaag.

Zaal 8: De opslagplaats
Zaal 9: De proeflezerskamer

In 'De proeflezerskamer' (Zaal 9) opent Bilal Bahir (°1988, Baghdad) onze westerse blik. Op de schouw verbeelden twee werken ‘Utopia’ volgens de visie van Aboe Nasr Al-Farabi, een Afghaanse filosoof uit de 10e eeuw, die de democratie als ideale samenlevingsvorm beschrijft. Enkel door samen te werken kan men deze utopie bereiken.

Een 2e serie (Dystopia) op de tafel verbeeldt vrouwelijke figuren. Onder invloed van de Islam verdween het lichaam uit de traditie en werd het vervangen door suggestieve kruiken. Op de werken staan glazen antieke stolpen waarin een Jezusfiguur zat (cf. Oosten vs. Westen).

Een 3e reeks verwijst naar sprookjes. Links is Gilgamesh, een verhaal uit de Soemerische tijd over het eeuwige leven. Het middelste werk verbeeldt een sprookje van Nils Holgersson en het Beleg van Bagdad (1258), waarbij de bibliotheek met historische naslagwerken vernietigd werd. Het verhaal wil dat de inkt het water van de Tigris zwart kleurde (Cf. de sculptuur op de tafel). De 3e tekening verbeeldt Hans & Grietje, een sprookje dat de kunstenaar fascineerde wanneer hij toekwam in België.
In een volgende ruimte alludeert Bahir ten slotte dat Utopia een filosofisch verzinsel is. Op de geschriften van Jean de La fontaine toont hij verschillende visies van een ‘ideale maatschappij’. 

Zaal 11: Kamer 'Justus Lipsius'

In de kamer 'Justus Lipsius' (Zaal 11) zijn portretten te zien van verschillende filosofen, waaronder De stervende Seneca van P.P. Rubens (1577-1640). De mannelijke dominantie in deze ruimte diende als inspiratiebron voor De Tranquillitate Animi (2022), een in situ installatie van Anne-Mie Van Kerckhoven (°1951, Antwerpen). Voor de ramen plaatst de kunstenaar Anya Proportionnalit Gated, waarbij vier genderloze vrouwen lijnrecht tegenover De vier filosofen komen te staan. Elk werk is een druk waarbij iedere versie licht verschilt van de vorige en het origineel langzaam vervaagt – een proces dat inspeelt op de boekdrukkunst.

Tegenover de stoel van haar grootmoeder (met zelfontworpen stoffering) plaatst Van Kerckhoven Renaissance_Mandala_Amygdala, waarvoor ze zich liet inspireren door begrippen uit de media: Holokea, Panspermia, Anabiose, Oxytocine, Deep Art en Eukaryotische cel. Tegen een donkere achtergrond ontspringen kleurrijke, organische vormen. Het werk reflecteert over ‘zwarte gaten’ en hoe deze niet leeg maar net een dicht opeengeplakte info-massa zijn. Het werk voelt als een explosie van emoties, wat dan weer contrasteert met het idee van ratio in vaste collectie. 

Zaal 13: De Letterkamer

Oud en nieuw komen samen in 'De letterkamer' (Zaal 13) met de serie Planned Obsolescence van Nicolás Lamas (°1980, Lima). De kunstenaar laat zich inspireren door kopieerapparaten en printers, niet-duurzame machines ontworpen om ooit stuk te gaan (Cf. de term Planned Obsolescence). Deze doen dienst als sokkel voor objecten die verwijzen naar verschillende tijdvakken zoals: (kopieën) van antieke bustes, fossielen of een menselijk bot. De werken treden in dialoog met de oude drukpersen in de aanpalende ruimte. Het doet reflecteren over de kennisoverdracht van nu vs. 500 jaar geleden, maar ook over het verlangen om te archiveren, en het (krampachtig) vasthouden aan het verleden.