SNIJDERS&ROCKOXHUIS

Keizerstraat 10
SnijdersRockoxhuis binnentuin

Nicolaas Rockox (1560-1640) was een Antwerps burgermeester, die veel respect afdwong in zijn stad. Hij speelde een belangrijke rol in het politieke, sociale en economische leven tijdens de eerste helft van de 17e eeuw. Bovendien was hij een gewaardeerd humanist, oudheidkundige, numismaat, mecenas en kunstverzamelaar. Op het einde van zijn leven liet hij maar liefst 82 schilderijen na, waarvan twee derde van tijdsgenoten. Zijn buurman was sinds 1622 de Antwerpse schilder Frans Snijders (1579-1657). Hij maakte vooral naam als stilleven- en dierenschilder tijdens de eerste helft van de 17de eeuw. Beide hadden een goede relatie en waren gepassioneerd verzamelaar. De collectie van het museum toont een levendig beeld van hun leefwereld in Antwerpen in die tijd.

De Neercamer

In de 'Neercamer' van het Snijdershuis gaan Berlinde De Bruyckere en Cindy Wright in dialoog met de imposante 16e en 17e-eeuwse jacht & visvangsttaferelen van het museum. It almost seemed a lily VIII (2022) van Berlinde De Bruyckere (°1964, Gent) maakt deel uit van de gelijknamige reeks (2018-nu), geïnspireerd door de 16e-eeuwse Besloten Hofjes van Mechelen. De retabelkastjes met honderden fijn uitgewerkte zijden bloemen in alle fases van groei en verval deden haar denken aan uitgebloeide lelies – de oudste bloem vermeld in de bijbel en daarom zeer aanwezig in de kunst van de 15e tot 17e eeuw – waarbij de bladeren gelijkenissen vertonen met de menselijke huid: “Ik kneed een blad zo groot als mezelf en hang het voorzichtig in het eiken kader. Deze handeling herhaal ik zo lang tot het gevoel ‘lelie’ klopt. De bladeren zijn warm en drukken op elkaar. Ze hangen uit, versmelten en bepalen zelf hun vorm. De bloemblaadjes van de lelies verbind ik met huid, vlees. Hun geur met lust en genot. De weeë geur bij het verwelken met vergankelijkheid en pijn.”  

In de aangrenzende kamer, in dialoog met de jacht- en visvangsten, toont Cindy Wright (°1972, Herentals) het schilderij Cornucopia (2022). De titel verwijst naar de 'Hoorn des Overvloed' uit de Griekse mythologie. Wie hem bezat zou nooit hongerlijden. De hoorn werd het attribuut van verschillende Griekse en Romeinse goden, die geassocieerd werden met oogst, welvaart of spirituele overvloed. Wright linkt dit aan een hedendaagse problematiek: voedseltekorten aan de ene kant van de aardbol en verspilling aan de andere. Op het schilderij ziet men een berg organisch afval. Het zijn de resten van een Nieuwjaarsdiner. Het confronteert ons met onze eigen ecologische voetafdruk: de grote afvalproductie in onze Westerse wereld, maar ook met de energie- en waterverspilling of de grote CO₂-uitstoot die hiermee gepaard gaan. 

De audiovisuele kamer

Wandelend naar het Rockoxhuis vinden we achterin het huis de audiovisuele kamer. Hier toont Emmanuel Van der Auwera (°1982, Brussel) Perfect Days (2022). De video is een verzameling beelden van het digitale platform ‘virbela’, tijdens de Covid-19 crisis. Tijdens de pandemie fungeerde deze virtuele wereld als veilig alternatief om meetings te houden, maar ook om sociale noden te vervullen. Elke avatar stelt een echte persoon voor. Deze betreden de Metaverse professioneel, of om sociale voldoening te vinden. Ten slotte is deze ‘fictieve virtuele wereld’ eveneens een weergave van een ideale, groene wereld, een harmonieus utopia voor mens en natuur, met open ruimtes vol gras en bomen. Het illustreert de vlucht naar een volledig nieuwe en ideale digitale wereld, toegankelijk voor iedereen – iets wat enkele decenia geleden nog ondenkbaar leek.  

'T Groot Salet

We keren op onze stappen terug en gaan aan onze rechterkant 'TGroot Salet' – de kunstkamer van Nicolaas Rockox binnen. In het midden van de ruimte staat The Aviary (2022), een kabinet van Charles Degeyter (°1994, Brugge) met kleurrijke vogels allerhande, ingekapseld in sarcofagen. De serie toont een zoektocht van de kunstenaar naar alternatieve rituelen om om te gaan met het transcendente. Ondanks de snelle sociale omwentelingen van onze tijd, blijven onze rituelen om verlies te verwerken haast onveranderd. Vertrekkende vanuit een herinnering uit zijn kindertijd – het overlijden van zijn huisdier – onderzoekt Degeyter nieuwe rituelen: het bewaren van het dier in een sarcofaag (de vogel in zijn meest mooie en perfecte staat). In plaats van het dier te begraven wordt een fysiek relikwie gecreëerd om de herinnering te koesteren.  

In de pronkkast vindt de bezoeker mfg 17/11/2022 - exp 17/02/2023 (2022) een werk van Peter De Meyer (°1981, Antwerpen). Via een steen met de begin- en einddatum van de expo als productie- en houdbaarheidsdatum toont de kunstenaar op een ironische manier hoe de mens zich de natuur toe-eigent voor allerlei doeleinden. En dit terwijl de natuur onszelf en onze creaties steeds zal overleven. Het doet nadenken over de doeleinden van de mens. Doen we dit om de wereld te bewaren voor onze nakomelingen of eerder uit eigenbelang?  

Ook het werk van Maarten Vanden Eynde (°1977, Leuven), speelt in op het besef dat de aarde de mens lang zal overleven. Een terugkomend element in zijn werk is silicium, een grondstof voor de productie van microchips. Door de jaren worden siliciumchips steeds kleiner en krachtiger, maar intussen zijn de grenzen van het materiaal bereikt. Binnenkort wordt dergelijk materiaal vervangen door nieuwe en krachtigere exemplaren, gebaseerd op DNA. The Last Human (2017) kan gezien worden als de laatste vertegenwoordiger van een voorbijgestreefde mensensoort. In zijn/haar tijd werd het menselijke geheugen nog op een ‘conventionele manier’ uitgebreid, met siliciumchips. Bij een toekomstige opgraving zal blijken hoe ‘primitief dat was’.

Ten slotte presenteert Lara Gasparotto (°1989, Luik) een zelfportret met haar baby, bevestigd op een metalen drager. Dit in in directe dialoog met o.a. Maria met het slapende Jezus kind van P.P. Rubens. Autoportrait Noyé (2022) werd zodanig bewerkt, dat het beeld doorheen de tijd steeds meer zal vervagen. Het doet reflecteren over vergankelijkheid en verlies, iets wat in schril contrast staat met het onderwerp van de foto: de geboorte en het moederschap. Met dit werk wil Gasparotto tevens de aandacht vestigen op de overstromingen in Wallonië afgelopen zomer waarbij weggespoelde foto’s voor de slachtoffers een zeer groot verlies bleken. 

De camer achter Tgroot Salet / De Studiolo

In ‘De camer achter Tgroot Salet’ of ‘Studiolo’ komt men in de oude studiekamer van Rockox. Het werk Mediterranean Landscape (2021) van Ben Sledsens (°1991, Antwerpen) wordt op dezelfde horizonlijn geplaatst tussen landschappen van o.a. Joachim Patinir. Het is een persoonlijke interpretatie van het aardse paradijs. De frisse blauw- en groentinten verbeelden de drang om te vluchten naar dit stukje natuur, het Utopia.  

Op de tegenoverstaande muur hangt een monumentaal, en eerder woest zeelandschap van Thierry De Cordier (°1954, Ronse), een ‘Finis Terrae’ in de klassieke zin van het woord: het einde van de aarde. In Mer du Nord, N°9 (2016-2018) keert De Cordier zijn rug naar het land, naar de bewoonde wereld en de mensheid, met de blik op de woeste oneindigheid. Beide werken verbeelden een escapisme, iets wat men eveneens terugvindt in de 16e en 17e -eeuwse landschappen die uitgaan van eenzelfde wens.

Twaschhuys

Wat verder wandelt men door het 'Twaschhuys', waar Sven ’t Jolle (°1966, Antwerpen) het werk (casse-toi alors) Pauvre Canard (2009) toont in dialoog met de 16e -eeuwse spreekwoorden van Pieter Breughel II. Net zoals Breughel steekt Sven ’T Jolle – via het iconische Disneyfiguur van de gierige Dagobert Duck – de draak met de mensheid, en in dit geval het kapitalisme. Het werk zit daarbij vol politieke (Cf. de titel van het werk verwijst naar "Casse-toi, pauv' con", een ongelukkige uitspraak van voormalig president Nicolas Sarkozy), sociale en artistieke (Cf. de iconische foto Lunch on top of a skyscraper uit 1932 van Charles Clyde Ebbets) verwijzingen.

Tussenruimte

Daarop volgt een tussenruimte met drie in situ werken van Babs Decruyenaere (°1979, Kortrijk). Decruyenaere wordt soms wel eens omschreven als een ‘moderne jager-verzamelaar’. Haar oeuvre bestaat uit organische elementen gevonden in de natuur waarbij haar sculpturen of mobiels uitblinken in hun zoektocht naar een delicate balans. Decruyenaere speelt handig in op de ruimte met drie balancerende stenen (Limestone Composition) in de kleine nis, een zachtjes dansende mobiel, gemaakt uit takken en bladeren van de apenverdrietboom (Mobile #066), of met een speciaal geselecteerde steen, geplaatst in de spiegelkamer van het 17e-eeuws kunstkabinet (Homage tot the flint). In deze tussenruimte komt de bezoeker tot rust, waarbij Decruyenaere ons dwingt de blik te richten op de “vergeten kleine schoonheden” uit de grootse natuur. 

De Keucken

In de 'Keucken' krijgen twee hedendaagse vanitas taferelen – Please forgive me if I have been too blunt (2020) en A great rush of blood (2022) – van Sanam Khatibi (°1979, Teheran) een plaats. De miniatuur stillevens van Khatibi komen voort uit haar grotere doeken, waarin vaak vrouwen worden afgebeeld die offers brengen, wat doorgaans een combinatie is van fruit, bloemen en dode dieren. Net zoals de Meesters uit de Gouden Eeuw, visualiseert Khatibi de tijdelijkheid en zinloze ijdelheid van het aardse bestaan via symbolen als een schedel of vaas met verwelkte bloemen. Alles waar we in onze westerse wereld zo mee bezig zijn – geld, macht, aanzien – is voorbijgaand en betekenisloos.

Het symbolische is eveneens aanwezig in de volgende ruimte in het schilderij van Jan Van Imschoot (°1963, Gent). In Déménagement des temps (2022) zien we op de voorgrond borden, etensresten en een omgevallen glas. Het verwijst naar de vluchtigheid en zinloosheid van het bestaan. Van Imschoot katapulteert de kijker van de 17e naar 21ste eeuw en terug, want wie goed kijkt ziet cocaïne liggen op het tinnen bord en ziet de Notre-Dame, een eeuwig symbool voor religieuze macht, in vuur en vlam staan op de achtergrond. Het zet vergankelijkheid nog eens extra in de verf. Alles is eindig.